Vrijheid van meningsuiting

Broeder Adrianus vrijmetselarij

Hoewel ik de voorbije maand weer veel boeken gelezen heb, begin ik toch met een ook gelezen klein artikeltje van broeder Pieter. Ik kwam met een broeder in gesprek over dit artikeltje en deze vroeg mij, of liever deelde mij mede: wist jij dat moslims beledigd zijn als je ze mohammedanen noemt? Nee dat wist ik niet, wel dat ze sommige uitingen van onze vrijheid van meningsuiting als beledigend ervaren.

Kan je daar van mening over verschillen, nee natuurlijk niet en tevens natuurlijk ja, dat is een opgeroepen  gevoelsmatige zaak. Ik voel dit… en dat kan je niemand kwalijk nemen.

Natuurlijk onze vrijheid van meningsuiting is een hoog goed waar ogenschijnlijk niets boven gaat en daar zit hem nou net de kneep: alles mogen zeggen (afbeelden)  is niet hetzelfde als alles moeten zeggen cq. afbeelden.

Het zou van onze kant netjes zijn  niet willens en wetens andere mensen of bevolkingsgroepen te beledigen. (Een beetje) rekening houden met de ander siert de mens, aan de andere kant: iemand kan ook te snel beledigd zijn. Dus hou rekening met elkaar en hanteer de botte bijl niet, want die is gauw te scherp. Leven en laten leven en meer van dergelijke gemeenplaatsen doen nog steeds opgeld. Daarom salaam moet van beide kanten komen. 

Het boek dat mij de afgelopen maand het meest bezig hield is ‘Het heilig bloed, de heilige graal’ van een drietal schrijvers, te weten: Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln. Een intrigerend studieboek dat vrijwel voortdurend aan de Vrijmetselarij aandacht schenkt, een kleine honderd verwijzingen. Het begint met de tempeliers en Godfried van Bouillon, de koning van Jeruzalem en verwant aan de Koning der Joden (de echte) en gaat door tot de onmogelijk maagdelijke geboorte van Jezus, die gehuwd was met Maria Magdalena en kinderen had. Het geslacht (de nazaten) van Jezus leeft (leven) nog steeds voort. Jezus is dan ook niet aan het kruis gestorven en dus ook niet opgestaan. Voor al deze beweringen worden uitvoerige bewijsplaatsen genoemd, zodat je, als lezer, voortdurend op een ander been gezet wordt. Voorwaar  een enerverend boek. Warm aanbevolen. Vraag: waarom hebben we dergelijke boeken niet in onze bibliotheek?

Van geheel andere orde is het boek ‘De hand van Sofonisba’, van de hand van Lorenzo de’Medici. De Vlaamse schilder Antoon van Dyck bezoekt de wereldberoemde Renaissanceschilderes Sofonisba Anguissola, hofdane van Philips II. De Paus en de Inquisitie spelen een belangrijke rol in het leven van Sofonisba. Pas op pagina 232 is voor de eerste keer sprake van de vrijmetselarij, althans de verwantschap met de VM en een geheim document van de Paus, is  Pius  IV. Een interessante historische thriller.

Over ‘Het perkament van Montecassino’ van Philipp Vanderberg en De Tempelcodex van Joel  Rosenberg, als de ruimte het toelaat, volgende maand meer.

Tot slot: Er staan veel kandidaten in de wachtrij om opgenomen te worden in onze loge, gelet op de huidige pandemie maken deze aankomende broeders weinig kans op een spoedige inwijding. Daarom verdient het aanbeveling om in en na overleg met deze kandidaten te onderzoeken of  er  over meer dagen in de week en in kleine bezetting (alleen de nodige officieren en officianten) enige snelle inwijdingen plaats kunnen vinden, zodat opname in onze gelederen geen gebed zonder end wordt. Uiteraard met in achtneming van de nodige Coronamaatregelen. Laten we bidden en uiteraard meewerken dat het zover niet hoeft te komen. Betere ideeën blijven natuurlijk altijd welkom.

Broeder Adrianus.