Schaken

Broeder Adrianus Actualiteit

Gesteund door het aantal positieve reacties (1,0) op de uitdrukkelijke vraag in mijn vorige column, voel ik mij vrij voort te gaan met mijn vrijblijvende gebabbel over boeken en wat dies meer zij: deze maand dus schaken. Het is een werkwoord met minstens twee betekenissen:

  1. : De praktijk van het schaakspel, een denksport.
  2. Het zonder overleg, onvrijwillig dus, meevoeren van personen naar een door hen ongewenste plaats [denk aan de mythe van de Sabijnse Maagdenroof: de Romeinen roofden (schaakten) 683 maagden van de Sabijnen].

Schaken is dus niet des Vrijmetselaars: andermans vrouwen begeren en daartoe wegnemen.

In de schaaksport is het al niet veel anders, buiten de koning gaat het om de Dame om die vast te zetten en te stelen of te slaan. Gelukkig kan ze door een eenvoudige pion weer terugkomen (promoveren).

Er zullen dus onder de lezers van dit stukje (allen vrijmetselaars of in de VM geïnteresseerden) nauwelijks schakers zijn: Het ten strijde trekken en de tegenstander (is medemens) verslaan is ons gelukkig niet eigen. Onze sporten zijn meer gericht op lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van onszelf, zoals: hardlopen, zwemmen en bergbeklimmen.

Maar… zult u tegenwerpen: schaken is toch geen lichamelijke sport, maar slechts een denksport. Daarin schuilt juist het gevaar: Ergens lang en diep over nadenken leidt licht tot het in praktijk brengen van het overdachte. Pas daar dus mee op.

Maar alvorens u ook andere denksporten, zoals daar zijn dammen (daarin wordt veel geslagen) en bridgen (mag wel: het zijn tenslotte  bruggenbouwers)s.

Eén van mijn zonen, ja die van Redu, kwam aanzetten  met De Vrije Wil  van Sam Harris. Moet je lezen, maar ik wil het terug. Dus ben ik direct begonnen: interessante maar moeilijke stof. Ik heb lang niet alles begrepen, maar de conclusie is: “De illusie van een vrije wil is zelf een illusie.”

De vrije wil bestaat niet al denken we dat we iets uit vrije wil doen, de achter- en onderliggende gedachten of drijfveren blijven ons onbekend.. Waar komt de gedachte vandaan om iets te willen?

Mijn denken en handelen wordt bepaald door genen en onbewuste gedachten die zomaar boven komen. Moeilijke materie, maar zeker de moeite van het lezen waard.

Dat de vrije wil niet bestaat geeft mij nog geen vrijbrief om verkeerde dingen te doen. Ik ben wel zelf verantwoordelijk en kan mijn gedrag, zo ik wil, aanpassen. Er dient wel degelijk onderscheid gemaakt te worden tussen het gedrag van kinderen en volwassenen en tussen volwassenen met gezond verstand en psychoten of mensen met een andere ziekte (tumoren bijvoorbeeld).

-Genoeg! Vrijwillig stap ik over op de eerder (zie oktobercolumn) aangekondigde schaakboeken: Ik begin met De Acht van Katherine Neville. Door de Boston Herald aangeprezen als: “De vrouwelijke tegenhanger van Eco’s De naam van de roos. Niet weg te leggen.”

Eerst enige wijsheden omtrent schaken: Bobby Fischer zei: Schaken is leven en Benjamin Franklin zei: het leven is een soort schaken. Ik wens u, lezers, dus veel en lang schaakplezier.

Waarom de Acht? Een schaakbord beslaat 8 x 8 afwisselend wit en zwart gekleurde v(l)akken, een soort geblokte vloer dus. Iedere (is twee) speler heeft 2 x 8 stukken, waarvan 8 pionnen en dus 8 andere stukken. Maar het belangrijkste voor ons: Acht is het getal van de eeuwigheid, het oneindige, de krakeling of lemniscaat.

Terug naar het boek: het speelt zich afwisselend af in Frankrijk, eind 18e eeuw, de tijd van de revolutie en in 1972 te New York. In Frankrijk komen we figuren tegen als: Voltaire, Robespierre, Rousseau, Richelieu en meer personen die in de Franse revolutie een rol speelden en schaakmeester Philidor. Het draait allemaal om het schaakspel van Karel de Grote: het schaakspel van Montglane. Ook voor niet schakers een uiterst interessante en spannende historische roman.

Voor ons: de VM wordt wel 15 keer, zij het zijdelings, genoemd, vrij logisch in een roman die in de tijd van de Verlichting speelt.

– Het tweede schaakboek is: De Schaakmachine, de geschiedenis van het  meest bizarre bedrog van de achttiende eeuw van de hand van Robert Lóhr. Verrassend boek, waarin bepaalde mensen vergrijpen willen plegen om maar tot de Vrijmetselarij toegelaten te worden, of zelfs maar gevraagd willen worden om maar toegelaten te worden tot een loge van de VM. De hoofdrol is voor een dwerg, of heb ik nu al te veel verklikt? Slechts twee boeken deze keer van resp. 671 en 346 pagina’s.

Maar vooral in deze tijd geldt: Wie leest is nooit alleen. Ook is dit een tijd om heerlijk weg te dromen bij een goed bouwstuk ( u heeft nog exemplaren in uw mailbox) of bij de vermeende aanwezigheid van u en uw broeders  in de loge. We blijven tenslotte broeders en vergeten elkaar niet, vooral sneu voor de net ingewijde broeder en de aanstaande broeders die nauwelijks kunnen bevroeden wat de broederketen kan inhouden.

Houdt goede moed, aan alles komt een einde, behalve aan de lemniscaat., neem daarvan Acht.

Broeder Adrianus.