Sprokkelen

Broeder Adrianus vrijmetselarij

De maand februari is de tweede maand van het jaar in de Gregoriaanse kalender en wordt ook sprokkelmaand genoemd. Sprokkelen is het verzamelen van afgevallen takken en afvalhout in bos en veld. Sprokkelhout werd vooral gebruikt als brandhout en werd vroeger ook op de markt verkocht. Het sprokkelvrouwtje is tot een icoon van armoede geworden.

Vooral tijdens het ancien régime was het sprokkelen streng gereglementeerd. Ook arme mensen kregen geen kans om op landgoederen hout bijeen te verzamelen. Want dat viel onder het exclusieve recht van de heer of grondbezitter. De straffen die op sprokkelen stonden zonder toestemming waren soms barbaars. Ook nu nog wordt sprokkelen zonder toestemming als een misdrijf gezien en wel als een vorm van stroperij onder art. 314 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht.

Het woord sprokkelen wordt in overdrachtelijke zin gebruikt voor het bijeengaren in het algemeen. Het gezegde: Niet alle hout is sprokkelhout refereert aan de lage kwaliteit die sprokkelhout heeft.

In Engeland worden sprokkelvrouwtjes Faggots genoemd. Dit woord was afgeleid van het Oud Franse Fagot en het Latijnse Fasces, wat takkenbos of roeden bundel betekent. In het vroege Romeinse Rijk toen Rome nog een republiek was en geregeerd werd door twee consuls, werden deze beschermd door twaalf lijfwachten, lictoren genoemd (gerechtsdienaren) gewapend met een roeden bundel met in het midden van die bundel een bijl. De roeden bundel was ook het symbool van fascistisch Italië.

Sprokkelen vindt niet alleen plaats in de maand februari, maar ook in andere maanden. In de Voorjaar- en Zomermaanden met name op de landbouw gronden in Zuid Frankrijk wordt er geoogst en dat zijn dan de eetbare gewassen, uitgezonderd dan de druivenpluk die plaats vindt in de maand oktober. Als je dan tijdens een vakantie of korter verblijf een autoritje maakt door de Provence, meestal half juni of begin juli, dan zie nadat er geoogst is een aantal mensen over de velden dwalen. Wat doen die daar? Dat zijn sprokkelaars die op zoek zijn naar overgebleven resten van de oogst en dat zijn in de regel minder bedeelde mensen, maar ook de zeer zuinigen die ondanks een zeer redelijk inkomen er geen bezwaar in zien om een graantje mee te pikken.

De opbrengst kan mee- of tegenvallen al naar gelang zo’n zoektocht oplevert. Een knoflookbol, tijm, oregano, rozemarijn of anijs zijn dan de smaakmakers die met de gevonden aardappelen, groente of paddenstoelen en mogelijk met een visje of een stukje vlees een smakelijke maaltijd kunnen vormen.

Aardig om te weten zult u zeggen, maar heeft dat wat u tot nog toe hebt verteld iets te maken met een Vrijmetselaarsloge? Zeker, het dient als metafoor voor vier officieren in een Loge en dat zijn de Thesaurier, de Redenaar het geweten van de Loge, de Secretaris en de Hof- en Keldermeester.

De Thesaurier sprokkelt, soms met moeite de jaarlijkse bijdragen van de Logeleden bijeen en zorgt er voor dat die gelden zorgvuldig uitgegeven en beheerd worden, en geeft daarvan rekenschap.

De Redenaar, het geweten van de Loge is ook een sprokkelaar, hij dient voor een heel werkjaar zorg te dragen dat ieder maand de arbeidstafel gevuld is met vijf minutenpraatjes en bouwstukken.

De Secretaris die de binnengekomen berichten bijeen sprokkelt en adequaat zowel mondeling als schriftelijk daarvan verslag geeft en bovendien ook nog notuleert wat tijdens een korte- of lange vergadering ter tafel komt.

Niet te vergeten de Hof- en Keldermeester die van de bijeen gesprokkelde centjes een smakelijk broedermaal moet bereiden en zijn winkeltje zo economisch mogelijk beheert. Tevens zij ook nog te vermelden dat hij soms vanaf zijn woonplaats geruime tijd moet reizen naar het Logegebouw, om te openen, voorbereidingen te doen voor het natje en het droogje en bovendien nog geruime tijd onderweg is om thuis te komen.

Gaat hij soms weleens vergenoegd naar huis?

Mijne Broeders, het zijn niet alleen de Achtbare Mr, de Eerste- en tweede Opziener die de Loge vormen. Ook die vier sprokkelaars dragen verantwoordelijkheid en verdienen onze steun.

Het zijn drie zuilen waar een Loge op rust, zeven maken haar volmaakt.

En zo moge het zijn.

Br. Ben