’t Het nog nooit zo donker west…

Broeder Adrianus Actualiteit

Dit zijn niet mijn woorden, maar die van de  Groningse volkszanger Ede Staal.

Na een jaar van al dan niet intelligente lockdown kon hij wel eens gelijk hebben, we zitten op een dieptepunt dat me doet denken aan een bekend Amerikaans gezegde: “Misery seeks company’. En dat mag nu juist niet! We moeten het alleen dragen, hooguit met één ander.

Laten we kijken hoe Ede Staal dat oplost, er staan niet voor niets drie puntjes achter de titel: “Of’t  wer altied wel weer licht” Dat is de boodschap: de duisternis heeft het niet voor altijd in zijn greep. Als we moed houden wordt het altijd weer licht. Vanmorgen toen ik opstond vielen de eerste zonnestralen door de ruiten al naar binnen. De lente is in aantocht. De Elfstedenkoorts is verdreven. Komt er eindelijk een einde aan al dat gezoom, dat bij mij niet al te vriendelijk overkomt. Ook geluk zoekt (fysiek) gezelschap).

Het Nederlandse zoom is trouwens ook maar een randgebeuren en die kan je nog uitleggen. Als we moed houden komt alles weer goed. Ook God schiep al het licht ook  niet op de eerste dag, tenminste zon en maan kwamen pas de vierde dag, maar  het gloort aan de kim, richt je daar op, zoek ondertussen (desnoods telefonisch) contact met je lotgenoten, niet alleen medemetselaren, de wereld is groter.

En… lees weer een boek, dat verveelt nooit! Wat las ik? Na De magische cirkel van Katherine Neville (zie vorige column) nam ik van Paul Jansen Het Tolhuis  ter hand, een historische roman: het Romeinse Rijk in verval onderneemt nog één poging om het opkomende Christendom tot staan te brengen. Keizer Diocletianus stelt de filosoof Porphyrius aan als keizerlijke herschrijver van de Christelijke boeken.

Hoewel dit boek niet over de VM gaat, kwam ik toch een VM-passage tegen op pagina 372: “Hij noemde God een cirkel waarvan het middelpunt overal en de omtrek nergens is” De “Hij” uit de vorige zin is de wijsgeer Empedocles, een prémetselaar zou ik zeggen.

Een geheel ander boek van onze vriendin Annejet van der Zijl:  “De Amerikaanse prinses.” Nou niet meteen aan Grace Kelly denken, dat was er ook een, maar het gaat hier om de Amerikaanse dochter van een stalhouder uit een klein dorpje Allene Tew, die door huwelijk prinses Reuss [haar man Prins Henry Reuss was vrijmetselaar] wordt en zelfs peettante van Beatrix. Een documentair geschiedkundig boek dat leest als een avonturenroman. Allene is vijf keer gehuwd, schatrijk en zeer excentriek. En passant neemt u kennis van de Amerikaanse geschiedenis, de gebeurtenissen tijdens W.O.I met alle gevolgen van dien en een inkijkje in het leven van Juliana en Bernard, dat zo mooi had kunnen zijn, al was het geen liefdeshuwelijk.

Verder las ik nog wat Fries werk van Theun de Vries en mijn vakbladen. En ik heb leren bridgen met in totaal drie personen  (i.p.v. vier). Ook leuk, ik kom mijn tijd wel door, nou u de uwe nog, wat je ook doet: Houd moed: “’t wer altied wel weer licht.”

-Tot slot: ik zou het haast vergeten, wil ik u wijzen op het belangrijkste dar u deze maand nog mag doen: op of omstreeks mijn verjaardag (17 maart), althans ten tijde van Corona,  gebruikmaken van uw stemrecht. Verwacht van mij geen advies, als rechtgeaarde vrijmetselaar weet u drommels goed  welke partij  u moet kiezen om die betere wereld, waaraan wij werken, tot stand te brengen. 

Wat wij als vrijmetselaren niet kunnen bewerkstelligen, leggen wij in handen van de politiek, de Opperbouwmeester zegene uw keus, zodat niemand er kiespijn aan overhoudt.

Broeder Adrianus.