Pimksteren en andere heilige dagen

Broeder Adrianus Actualiteit

Pinksteren, eigenlijk pentèkostè (vijftig) valt op de 50e dag na Pasen. In de Christelijke kerken wordt dan de uitstorting van de Heilige Geest herdacht –wat dat ook zijn mag- Bij de Pinkstergemeenten spreken ze in tongen en dat is niet te volgen of te begrijpen. In de tijd van Jezus spraken de mensen in allerlei vreemde talen, dus met een vreemde tong.
Penta kent u allemaal van het Pentagram, de vijfpuntige ster, de Davidsster. Ook het begrip Pentagon zal u niet vreemd voorkomen. Christelijke feestdagen, zoals Pasen, Pinksteren en Kerstmis zijn heilige dagen, apart gezette dagen, buiten de normale orde vallend. Als een schilder over heilige dagen spreekt is het niet best, want dan heeft hij van een vlak hele stukken overgeslagen met verf te bestrijken, dit zijn dus aparte stukken, vandaar de naam.

Nog meer heilige dagen? Elke dag heeft een naamdag van een heilige (zie de heiligenkalender) De afgelopen maand kenden we de zgn. IJsheiligen van 11 t/m 15 mei. Wie die ijsheiligen zijn? Zie de kalender. Vanwaar de naam? Rond die dagen konden de laatste nachtvorsten plaatsvinden.

Aparte dagen zijn ook de Coronadagen, misschien vervelen ze u al, maar zo langzamerhand kunt u er weer op uit. Ik heb al, met wederzijds goedvinden en tot idem genoegen drie broeders bezocht, maar aan de videocomparities heb ik me nog niet gewaagd. Ik zal binnenkort eens een kleinzoon vragen me te helpen, want ik ben een echte adigibeet. Deze woordkeuze is analoog aan a(n)alfabeet.

Inmiddels aan de videocomparitie deelgenomen. Viel me niet tegen, Rommelig, maar vlot en toch goed te volgen. Volgende keer weer!

-Wat verder te doen deze tijd van eenzaamheid? Ik las in de bundel Onvervreemdbaar van de dichteres Ida Gerhardt: “Die lezen, mogen eenzaam wezen…” Is dit in strijd met de volkswijsheid: “Als je leest, ben je nooit alleen”?
-Mijn vrouw kocht voor zichzelf van Elisabeth Leijnse de biografie: Cécile en Elsa, strijdbare freules. Dus eigenlijk een dubbelbiografie, 498 pagina’s tekst met wat foto’s en ruim 120 pagina’s verantwoording, dank, noten (511 t/m 604), literatuur register. Een lijvig boekwerk dat mijn vrouw als niet boeiend ter zijde legde. Ik pakte het op en heb door gelezen. Wat een interessant leven van deze twee protestantse freules die geleidelijk en onafhankelijk van elkaar rooms katholiek worden. Ze zijn zeer sociaal ingesteld en worden bijnsa socialistes, maar zeker wel feministes en dat eind 19e, begin 20e eeuw. Voor mij interessant omdat veel bekende literatoren ( Van Eeden, Van Deyssel, Couperus) en musici (Diepenbrock, Mahler, Mengelberg) een rol spelen. Een geweldig tijdsbeeld!

Het woord vrijmetselarij (of aanverwant) wordt vijf keer in deze biografie vermeld , maar niet in positieve connotatie: blz.382: de vier binnenlandse staatsvijanden van Frankrijk: joden, protestanten, vreemdelingen en vrijmetselaars. Blz.. 422:…vol vijandige verwijzingen naar jodendom, vrijmetselarij en socialisme. Blz. 454: Charles Maurras wilde Joden verbannen uit publieke functies…Joden in één adem werden genoemd met vrijmetselaars. Blz.473: Maar het volk bestáát, de Judeo-maçonnerie. Blz. 486: …noemde ze Joden steeds in één adem met vrijmetselsaars: een staatsgevaarlijke loge.

-De smaak van de biografie te pakken hebbend kocht ik van Mario Praz: Huis van het leven, ik schreef bijna lezen, Aan de hand van de beschreven inrichting van zijn huis wordt het leven van deze Italiaanse verzamelaar beschreven, eem leuk idee, maar aan mij niet besteed, na een kleine 30 (van de 496) pagina’s heb ik het terzijde gelegd, de Italiaanse kunst is niet mijn fort.

-Dan maar een onschuldige roman met een intrigerende titel: Zwart geld van Nol de Jong. Een boek vol “nette” mensen aan wie niets menselijks vreemd is. Een niemendalletje, puur voor de verpozing.

-Wat mij meer leek: 1953 van de hand van Rik Launspach. Herinner me de Watersnoodramp nog goed. We woonden toen in Vught en op zondagmorgen 1 februari, nog voor we naar de kerk gingen, brachten we dekens naar het stadhuis. Ook herinner ik me nog het lied dat toen door, naar ik meen Johan Bodegraven gezongen werd en ik citeer het uit mijn hoofd:
Zo moeten wij elkanders lasten dragen
En samen alle nood het land uit jagen
Maar doe het niet slechts met woorden
Maar geef met blij gezicht
Zolang de feiten lopen
Beurzen open En dijken dicht

Het zal niet helemaal kloppen dit liedje, maar het is me altijd bij gebleven.
1953 is een literaire streekroman in de trant van Maarten “t Hart, Franca Treur en bij vlagen Jan Siebelink. .Boeiend en spannend, waarbij ik het niet altijd droog hield. De betere streekroman, dus literair. Het boek is verfilmd als DeStorm. Een aanrader!

-Initiatiefnemers van de telefoonronde: bedankt. Leuk idee en zo blijf je niet echt alleen, maar enigszins verbonden. Jammer dat het nodig is, maar alle lof!

-M’n volgende dikke boek ben ik al weer aan begonnen, maar daarover een volgende keer. Voorlopig hoop ik dat u aan mijn leestips iets heeft, maar neem ook de tijd voor een ander.: een praatje, bijvoorbeeld door de telefoon of de mail. Laten we elkaar, nu omgezien, niet vergeten, er komen ongetwijfeld betere tijden. In vol vertrouwen:

Uw broeder Adrianus.