Allerhande

Broeder Adrianus vrijmetselarij

Dat is de naam van het half pond gesorteerde koekjes, die mijn moeder soms kocht bij De Gruyter. Soms, want ze waren nogal prijzig. Het was een smakelijk divers koekje.

Vanwaar deze aanhef? Over de vragen des levens ben ik nog lang niet uitgefilosofeerd, maar ik neem graag een ruime pauze (zal de leeftijd wel zijn). Ik wilde bekende Medelanders die vrijmetselaar waren graag bespreken. 

Multatuli laat ik buiten beschouwing, hem heb ik reeds menigmaal van stal gehaald. Maar internet wees mij de weg naar een bekende Nederlander die lid van onze loge –De Friesche Trouw—is geweest, zelfs bestuurslid: Pieter Jelles Troelstra (1860-1930). Het betreffende lemma op internet verwees naar het tweede deel van zijn vierdelige Gedenkschriften. Het deel “Groei”. Leek me een gepaste titel.

Ik heb het boek uit een van mijn kasten gehaald en de inhoudsopgave nageplozen, maar geen woord over de vrijmetselarij. Wat dan? Er zit niets anders op dan het hele boek (331 pag.) te lezen. Ik ben het woord vrijmetselarij 2 x tegengekomen, beide keren i.v.m. zijn vader.

Ik noteerde het  eerste paginanummer op mijn tijdelijke bladwijzer en het tweede idem/dito, maar op een andere bladwijzer. De eerste kan ik nergens meer vinden, zodat ik u de gegevens schuldig moet blijven, ook terugbladeren leverde niets op. Het tweede lemma ligt voor mij: “Wat blijft er van de mooie voornemens van den overmoedigen gezonden mensch over, als de koude nuchtere dood komt?” “Woorden, die hij vroeger eens in de loge der vrijmetselarij had gesproken, waar hij betoogd had, dat sterven als een aktieve daad moest worden beschouwd.

Deze woorden herinnerde Pieter Jelles zich aan het sterfbed van zijn vader. Ik heb dus geen nader nieuws over Pieter Jelles als vrijmetselaar, wie helpt mij?

Overigens wat heeft P.J. een moeilijk leven gehad, ook in eigen kring fel bestreden. Hij was voorstander van parlementaire democratie en stond lijnrecht tegenover de anarchist Domela Nieuwenhuis. Er werden P.J. lage streken geleverd. Nu begrijp ik nog beter waarom wij politiek uit de loge weren en dat internet niet altijd betrouwbaar is en ik af en toe slordig.

Om het niet bij P.J. te laten, en de titel recht te doen: iets anders:

Wat jammer dat de veldloge niet door is gegaan. Reden: te weinig deelname. Oorzaak?: 1, te laat in het jaar? 2. te ver weg van onze basis? 3. Ongetwijfeld nog iets anders. Een enquête houden? Tip: haal de veldloge weer naar voren: eind juni- begin juli, dan zit ieder nog in het ritme.

Naschrift:

Omdat het me toch niet lekker zit, dit halfslachtige gedoe omtrent P. J., ben ik verder gaan zoeken in de overige drie delen. Laat ik nu in het eerste deel het vermiste aantekeningenbriefje vinden. De tekst staat in deel 1: “Wording”: “In de vrijmetselarij vindt mijn Vader eerlang de religieuze voldoening, waaraan hij behoefte had. In zijn maçonnieke redevoeringen en gedichten vindt men het vervolg zijner zedekundige uitingen.”

Maar mijn vraag blijft, wie helpt?: Wat deed Pieter Jelles bij De Friesche Trouw?

Ander naschrift:

Ik meen mij te herinneren dat ik een boekje moet hebben van de zoon van P.J.: Jelle (genoemd naar zijn grootvader de vrijmetselaar) met als titel: “Mijn vader”. Hierin zou het toch wel staan?! Speurend in mijn onmetelijke collectie boeken kon ik het uiteraard (zie boven) niet vinden.

Ik besprak dit met een bevriende broeder, hij vroeg me alle details en twee dagen later stond hij op de stoep met het betreffende boek. (Ergens in den lande opgescharreld). Ik meteen de 158 pagina’s door gelezen: de intiemste dingen, maar niets over de vrijmetselarij.  Hoe zou hij ook lid van DFT geweest kunnen zijn, hij woonde zijn werkzame leven namelijk in Amsterdam, Utrecht. Den Haag, Haarlem en Scheveningen.

Blijft mijn hulpvraag en ik wil eindigen met de woorden van Pieter Jelles, die hij tegen zijn dood (1930) dicteerde, want schrijven kon hij niet meer: 

“Het is onze plicht, tegen de teleurstellingen in, onze geest brandende, en onze kracht staande te houden.”

Indachtig deze woorden blijf ik zoeken.

Derde naschrift.

Ik had nog een idee en nam zijn Alde en nije fersen ter hand, uitgekomen onder de titel: “Rispinge”, maar ook deze oogst viel tegen: ruim 300 pagina’s, maar geen enkele maçonnieke verwijzing. Help!