Waartoe zijn wij op aarde?

Broeder Adrianus vrijmetselarij

Verwacht niet van mij dat ik met het definitieve antwoord kom. Ik ga eerst maar eens te rade bij een vrijmetselaar die mij behoorlijk aanspreekt: Multatuli.

Een gedeeltelijk antwoord geeft hij in zijn: “Gebed van den onwetende.”

Dat begint als volgt:

“Ik weet niet of we zijn geschapen met ’n doel,

Of maar bij toeval dáár zijn. Ook niet of een God

Of… Goden zich vermaken met ons leed, en schimpen

Op de onvolkomenheid van ons bestaan.

Is dit een antwoord? Hij weet het niet en ik weet het ook niet. Treurnis alom!

Dit hele gedicht gaat nog 70 regels verder om tot de slotsom te komen:

“O God…. Er is geen God.”  Hoe paradoxaal dit ook moge klinken.

In onze kerken wordt daar heel anders over gedacht: Mijn titelvraag wordt in de catechismus van de RK-kerk als volgt beantwoord. Het is zelfs de eerste vraag met antwoord van dit leerstuk:

“Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en ik het hiernamaals gelukkig te zijn”.

Logischerwijs het totaal tegenovergestelde van Multatuli. M. twijfelt aan het bestaan van God, nee hij twijfelt niet, hij weet het zeker, dus hem dienen is nonsens! 

-Maar toch moeten er mogelijkheden zijn om hier gelukkig te zijn. Hoe pakken vrijmetselaren dit aan? Of althans ik? 

Een vrijmetselaar streeft ernaar de wereld enigszins beter achter te laten dan hij haar heeft aangetroffen, hoe doet hij dat? Minstens door een open oog en oor te hebben voor het leed in deze wereld en daar ook wat aan te doen. Hoe? Door maandelijks 3 tot 12½ euro automatisch te laten overschrijven op de rekening van enige  goede doelen, zoals ik doe. Nee, dat is niet genoeg, maar niet verkeerd. Daarnaast moet je vriendelijk en behulpzaam zijn voor je medeschepselen, waar ook ter wereld, niet om daardoor  door een God beloond te worden in een hiernamaals, maar omdat je dat uit jezelf (product van je opvoeding en latere zelfinzichten) dat wilt, zeg maar een innerlijke drang.

Was Multatuli een onwetende? Ja en nee! Ja:  hij had net als ieder ander geen inzicht in het ontstaan van de wereld en de plaats van de mens daarin. Nee: hij wist net als zo velen dat als er een God zou zijn, hij (of zij) deze de wereld en de mensheid  (zijn/haar  eigen schepping) niet zo zou laten verworden als nu het geval is.

Conclusie: We hebben het zelf in de hand (hoe verder met de schepping) en op ons mensen (gelukkig niet alleen vrijmetselaren)  komt het aan!

Schreef de dichter Willen Kloos niet: Ik ben een God in’t diepst van mijn gedachten…”? Juist ja! Wij mensen moeten de taak van de afwezige God overnemen, wij zijn de hoogste rechter. Maar zijn we klaar voor deze taak? Nog niet, we moeten eerst leren onszelf te accepteren, nee beter nog: te waarderen.. 

Als we onze plaats (plaatsvervanger van God) in deze wereld erkennen met al onze (on)volkomenheden staan we minder machteloos tegenover het onrecht in de wereld en kunnen we er wat aan doen. De wereld is nog niet klaar: 

Voltooi het bouwwerk!

Broeder Adrianus