Veldloge

Br. Adrianus Actualiteit, vrijmetselarij

Het ligt niet in mijn voornemen u allen op te roepen tot deelname aan de veldloge op vrijdag 21 augustus a.s. in de tuin van broeder Alexander, maar het begrip veldloge wil ik nader beschouwen. Zoals jullie allemaal weten is “De Friesche Trouw” van oorsprong een militaire loge en militairen doen heel veel te velde en als de EO, denk aan de openluchtsamenkomsten(diensten te velde) rond Pinksteren te Veenklooster en coryfee Feike te Velde, maar terug naar de militairen (niet mijn favorieten, ondanks de aardige broeders Rob en Rob), die trekken van veld naar veld, vandaar ook de tijgersluipgang en meer van die achterhaalde onzin. Zelfs de krijgsraad was te velde, dat herinner in me nog uit mijn eigen diensttijd waar ik voor mijn nummer (430317144) diende, althans dat werd verondersteld.

Wat ik nu ga vertellen, als aanloop op mijn verdere betoog, blijft uiteraard binnen de getande rand, want mijn goede naam ia al eens geschaad. Gelukkig heeft dat nooit ernstige gevolgen gehad, ik heb altijd zonder moeite een verklaring van goed gedrag gekregen, maar toch: die Krijgsraad te Velde (dat is in oorlogstijd, want Nederland verkeerde in 1962 nog steeds in staat van oorlog met Duitsland, er was nog geen vredesverdrag getekend) deed me de das om. Omdat ik militaire dienst niet leuk en zinvol vond, nam ik wel eens de benen of keerde niet terug na verlof. Dat pikten die mannen toen niet. Ik ben eens door de Marechaussee opgehaald tijdens een radio-opname van “De wilde vaart”in het Amsterdamse Minervapaviljoen, maar ik bleef niet altijd in de buurt, ik ging ook wel eens liftend naar het buitenland (Zwitserland) . Terug naar de Krijgsraad te Velde: Ik moest voorkomen omdat ik op of omstreeks 12 juni 1962, althans ten tijde van oorlog (Ze dekten zich goed in) niet in de kazerne was verschenen “zulks terwijl hij zich alstoen naar het buitenland heeft verwijderd”.

Geloof het of niet: ik was een deserteur en op desertie staat in oorlogstijd de doodstraf. U weet al dat het goed is afgelopen. Mijn compagniescommandant, een jurist die mij op de een of andere manier wel mocht, was mijn verdediger. Het feit kon uiteraard niet weggepoetst worden, maar de straf werd uiteindelijk 2 maanden militaire detentie met aftrek van voorarrest, zodat ik als vrij man (mijn leed had al langer geduurd) naar de kazerne (Nieuwersluis) terug kon. Dat betekende dat ik die nacht met een open celdeur door mocht brengen. Tot zover mijn veldbelevenissen, vergeef me dit persoonlijke uitstapje, ik moest het toch kwijt. En dan nu terug naar onze eigen veldloge, dus eigen aan van oorsprong militaire loges, dus niet voor het Azuren Gewelf (dat is altijd een veldloge onder de sterrenhemel) of Viglius (de grootste Friese ster). De oorsprong (1732) was te vinden bij de Britse troepen in Amerika en de jungle van Afrika, dat waren ambulante voetgangers regimenten die de loge als (uit)rus(tings) moment kozen. Aanvankelijk mochten deze loges ook burgers inwijden. Dit verschijnsel waaide over naar Frankrijk en ook Oostenrijk, Pruisen en Zweden werden besmet. In de 18e eeuw waren in Frankrijk Regimentsloges algemeen. Een Russische generaal vermeldt in zijn dagboek uit 1813 (Napoleon) dat hij in een Kriegsloge werd opgenomen. Een Veldloge is dus (niet logisch) eigenlijk een zelfstandige Loge meetrekkend met het leger. Wat wij onder veldloge verstaan is eigenlijk slechts een slap aftreksel van het origineel, maar daarom niet minder leuk het samenkomen op een andere plaats dan ons logegebouw. We waren als op een eiland, in een kas, in een kerk, in een stal, op een boot en dit jaar dus in een tuin met als het mooi weer is het azuren gewelf boven ons, dat doet het militaire karakter al gauw vergeten.

Uw broeder, vrij man van goede naam

Broeder Adrianus