Aalmoezenier

Broeder Adrianus vrijmetselarij

Eén van de belangrijkste broeders die wij hebben is –inderdaad- de aalmoezenier, de inzamelaar en verdeler van onze liefdesgaven (wij noemen dat metalen, dat stamt nog uit de tijd dat er nog geen papiergeld bestond. En bij het ledigen van de omhaaltronk wordt nog steeds meer metaal dan papier aangetroffen.).

In het leger, waar ik in vroeger jaren voor mijn nummer moest dienen, hadden we ook een aalmoezenier, een vriendelijke, begripvolle officier die je hielp waar hij kon, hij was tevens de veldprediker die met je op missie ging. Hij was niet alleen een meerdere (kapitein of majoor), maar juist iemand die naast je stond. Sinds mijn diensttijd heb ik een zwak voor aalmoezeniers.

Hoe komen we aan het woord aalmoezenier? Het woord aalmoes zit erin, via het Grieks (eleèmosynè) en Latijn (almosina) slaat dit op de begrippen: medelijden en/of barmhartigheid. Het tweede deel “-enier” duidt op iemand die iets doet, zoals een vliegenier vliegt, een gardenier de tuin doet en een kruidenier de specerijen verdeelt.

Even over dat doen, wij zeggen aalmoezen geven, in vroeger tijd sprak men van aalmoezen doen. Je doet goede werken, dat komt al voor Christus voor, bij de Joden. Jezus spreekt niet voor niets in de Bergrede (Matteüs 5, 6 en 7) dat de aalmoesgevers hun weldaad “niet voor zich uit moeten laten trompetten”, dat is ijdelheid. Jezus vat het zo samen: “de linkerhand mag niet weten wat de rechter doet” Sta je niet voor op het geven van liefdadigheid: Over vrijmetselaars zal je nooit lezen dat ze een “x”-bedrag aan Sint Maarten hebben gegeven, zowel de individuen als de loges doen zulks in stilte. Geen trompetgeschal begeleidt onze giften! Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om giften (aalmoezen)  te doen!

Nog even dit: een oud studiegenoot van mij verklaarde het woord aalmoes als volgt: moes komt van het Jiddische mous (geld), vergelijk: jatmous (handgeld, het eerste geld dat de orgeldraaier in zijn mansbakje krijgt of het geld van de eerste klant van een marktkoopman). Het eerste deel : aal of ael is een verbastering van adel of edel. Dus edel geld, een echte liefdegave. Broeders laten we bij ons zelf te rade gaan hoe edel onze bedoelingen zijn, want op ons (ongezien en onopgemerkt) komt het aan.

Broeder Adrianus.